Historie van de beugelsport


Wat de historie van het beugelen betreft blijkt het een der oudste sporten van Nederland (en  ver daarbuiten) te zijn In 1344 werd een soortgelijk bolspel reeds verboden. Door de Bisschop van Luik. Bij een Stiftklooster(voor adellijke dames) in Thorn (L)  werd het verboden bij het kerkhof te spelen, men stoorde de rust der overledenen. Ook in 1485 werd het beugelen verboden in Deventer. Dat het beugelspel ook buiten Nederland bekend was blijkt wel uit een pentekening van 1661, een beugelbaan voor de ambassades in Moskou. Dat de adel het spel waardeerde blijkt uit het feit dat in die tijd ook op paleis “Het Loo”een beugelbaan lag. Schrijver Jacob van Lennep: Toen ik op het Loo Logeerde heb ik daar bijna alle dagen gebeugeld. Daar ik een hekel had aan bukken bleef ik bij de krukken. Later werd het een echte volkssport, vooral in Limburg en Brabant trof men tot 1940 vele beugelbanen aan. Het was toen een buitensport, niet overdekte banen, waar men om ham, worst e.d. speelde. Competities kende men niet. In 1932 werd de”Midden-Limburgschen” beugelbond opgericht en in 1936 de”Noord-Limburgschen”Bond. In 1967 werd de naam “midden-Limburgschen” veranderd in “Nederlandse Beugelbond”.Dit mede door aansluiting bij de N.S.F. Thans wordt er vrijwel alleen op binnenbanen gespeeld. Competities worden gespeeld van september tot eind maart. Verder zijn er diverse toernooien en wedstrijden voor district en nationale kampioenschappen. Ook in de grensstreek van Duitsland en België wordt nog gebeugeld